Definitie van encoder
Een encoder is een apparaat of component dat informatie omzet van de ene vorm naar de andere. Het begrip komt in meerdere vakgebieden voor: in de techniek meet een encoder een positie of beweging en zet die om in een elektrisch signaal, terwijl een encoder in de informatica gegevens omzet naar een ander of compacter formaat. In alle gevallen is de kern hetzelfde: het coderen van informatie zodat een systeem er iets mee kan.
Wat is een encoder precies?
De definitie van een encoder is: een systeem dat een ingangsgrootheid omzet in een gecodeerd uitgangssignaal volgens een vaste regel. Wat er precies wordt gecodeerd, hangt af van de toepassing — een hoek, een afstand, een geluidsgolf of een reeks tekens.
De twee belangrijkste betekenissen
In de techniek (positie-encoder): dit is een sensor die de positie, hoek of snelheid van een draaiende as of bewegend deel meet en omzet in elektrische pulsen. Zo weet een motorbesturing precies hoe ver en hoe snel een as gedraaid heeft.
In de informatica (data-encoder): dit is software of hardware die gegevens omzet naar een ander formaat, bijvoorbeeld het comprimeren van video naar H.265 of het omzetten van tekst naar een bepaalde tekencodering.
Hoe werkt een positie-encoder?
Een veelgebruikte optische encoder heeft een schijf met afwisselend doorzichtige en ondoorzichtige segmenten. Een lichtbron en een sensor detecteren de afwisseling terwijl de schijf draait, en zetten dat om in pulsen. Door de pulsen te tellen, bepaalt het systeem de hoek en de draairichting.
Absolute versus incrementele encoder
Een incrementele encoder geeft pulsen af waarmee je verandering in positie meet, maar hij kent geen absolute nulpunt: na het uitschakelen weet hij de positie niet meer. Een absolute encoder geeft voor elke stand een unieke code, zodat de exacte positie ook na uitschakelen direct bekend is. Absolute encoders zijn nauwkeuriger inzetbaar maar duurder.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een encoder en een decoder?
Een encoder zet informatie óm naar een gecodeerde vorm, terwijl een decoder die gecodeerde vorm weer terugvertaalt naar de oorspronkelijke informatie. Ze vormen samen een paar: wat de encoder codeert, maakt de decoder weer leesbaar.
Waarvoor wordt een encoder in een motor gebruikt?
In een motor meet een encoder de positie en snelheid van de as, zodat de besturing de beweging nauwkeurig kan regelen. Dat is essentieel bij servomotoren, robots en CNC-machines.