Definitie van competentie
Een competentie is het geheel van kennis, vaardigheden en houding waarmee iemand een bepaalde taak of rol succesvol kan vervullen. Het gaat niet alleen om wat je weet, maar ook om wat je kunt en hoe je je gedraagt. Competenties worden veel gebruikt in werk en onderwijs om te beschrijven wat iemand in de praktijk beheerst.
Wat is een competentie precies?
De definitie van een competentie is: een geïntegreerd geheel van kennis, vaardigheden en gedrag dat iemand in staat stelt om in een bepaalde situatie effectief te handelen. Kern is dat het om toepasbaar vermogen gaat: niet alleen theorie, maar het vermogen om iets daadwerkelijk te doen.
De onderdelen van een competentie
Een competentie wordt vaak beschreven als een combinatie van drie elementen:
- Kennis: weten hoe iets werkt (het “weten”).
- Vaardigheden: iets daadwerkelijk kunnen uitvoeren (het “kunnen”).
- Houding: de instelling en het gedrag waarmee je het aanpakt (het “willen” of “zijn”).
Competenties in werk en onderwijs
In het bedrijfsleven worden competenties gebruikt bij werving, functioneringsgesprekken en ontwikkeling van medewerkers. Voorbeelden zijn samenwerken, communiceren, plannen of leidinggeven. In het onderwijs beschrijven competenties wat een student na een opleiding moet beheersen. Zo maken competenties concreet wat iemand in de praktijk kan.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een competentie en een vaardigheid?
Een vaardigheid is één onderdeel — iets kunnen uitvoeren. Een competentie is breder en combineert kennis, vaardigheden én houding om in een situatie effectief te kunnen handelen.
Wat zijn voorbeelden van competenties?
Veelgenoemde competenties zijn samenwerken, communiceren, plannen en organiseren, probleemoplossend vermogen en leidinggeven. Het zijn combinaties van kennis, kunde en gedrag.