Definitie van geloof
Geloof is het voor waar aannemen of vertrouwen op iets, vaak zonder dat er sluitend bewijs voor is. In brede zin betekent geloven dat je ergens van overtuigd bent of iemand vertrouwt. In engere, religieuze zin verwijst geloof naar de overtuiging in een god, hogere macht of religieuze leer. Het begrip speelt een centrale rol in religie, maar ook in het alledaagse denken.
Wat is geloof precies?
De definitie van geloof is: het voor waar houden van iets of het stellen van vertrouwen, vaak zonder bewijs, en in religieuze zin de overtuiging in en toewijding aan een god of hogere werkelijkheid. Kern is dat geloof verder gaat dan wat bewezen kan worden; het berust op vertrouwen en overtuiging.
Geloof in brede en religieuze zin
Het woord kent twee hoofdbetekenissen. In algemene zin betekent geloven “aannemen dat iets zo is” — je gelooft bijvoorbeeld iemand op zijn woord. In religieuze zin gaat het om een levensbeschouwelijke overtuiging, vaak verbonden met een religie, rituelen en een gemeenschap van gelovigen.
Geloof, kennis en vertrouwen
Geloof wordt vaak onderscheiden van kennis. Kennis berust op bewijs of ervaring, terwijl geloof juist het voor waar houden is zonder volledig bewijs. Dat maakt geloof niet minder waardevol: voor veel mensen geeft het zin, richting en houvast. Geloof en vertrouwen liggen dicht bij elkaar, want in beide gevallen ga je uit van iets wat je niet volledig kunt bewijzen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen geloof en kennis?
Kennis berust op bewijs, waarneming of ervaring, terwijl geloof het voor waar houden is zonder sluitend bewijs. Geloof steunt op vertrouwen en overtuiging in plaats van op bewijs.
Betekent geloof altijd iets religieus?
Nee. In brede zin betekent geloven simpelweg iets voor waar aannemen of iemand vertrouwen. De religieuze betekenis — geloof in een god of hogere macht — is daarvan een specifieke invulling.