Gezondheid

Definitie van geluk

Bijgewerkt op 6 september 2026

Geluk heeft twee hoofdbetekenissen. Ten eerste is het een gevoel van diepe tevredenheid, vreugde en welbevinden — het gevoel dat je leven goed is. Ten tweede verwijst geluk naar toeval dat gunstig uitpakt, zoals “geluk hebben” bij een meevaller. Beide betekenissen zijn gangbaar, en welke bedoeld wordt, blijkt meestal uit de context.

Wat is geluk precies?

De definitie van geluk is: een toestand van tevredenheid en welbevinden (het gevoel gelukkig te zijn), of het gunstig uitvallen van toevallige omstandigheden (geluk hebben). De eerste betekenis gaat over een innerlijke gemoedstoestand, de tweede over een externe meevaller.

Geluk als gevoel

Als gemoedstoestand is geluk het ervaren van vreugde, voldoening en zin. Het kan gaan om korte momenten van blijdschap, maar ook om een dieper, blijvender gevoel van tevredenheid met het leven. Wat mensen gelukkig maakt, verschilt sterk: voor de een zijn dat relaties, voor de ander werk, gezondheid of betekenisvolle bezigheden. Geluk wordt bestudeerd in de psychologie en filosofie.

Geluk als toeval

In de andere betekenis staat geluk voor een gunstige speling van het lot: iets valt toevallig goed uit, zonder dat je daar invloed op had. “Geluk hebben” betekent dat het toeval in je voordeel werkt. Dit staat tegenover pech, waarbij het toeval juist tegenzit.

Veelgestelde vragen

Wat zijn de twee betekenissen van geluk?

Geluk kan een gevoel van tevredenheid en welbevinden zijn (gelukkig zijn), of het gunstig uitvallen van toeval (geluk hebben). De context maakt duidelijk welke betekenis bedoeld wordt.

Kun je geluk beïnvloeden?

Het gevoel van geluk is deels te beïnvloeden, bijvoorbeeld door aandacht voor relaties, gezondheid en zingeving. Geluk in de zin van toeval ligt per definitie buiten je invloed.