Categorieën
Vervoer

Definitie van Motorrijbewijs (Rijbewijs A)

Het motorrijbewijs, oftewel rijbewijs A, is opgedeeld in verschillende situaties. Omdat motoren een grote verantwoordelijkheid zijn begin je met toegang tot minder krachtige motoren. Als je dan later meer ervaring hebt en ouder bent, mag je steeds een stukje hoger. Zo wordt er voorkomen dat bestuurders motoren aanschaffen die ze niet onder controle kunnen krijgen. Je kunt je motorrijbewijs bijna overal lokaal behalen. Bijvoorbeeld in de motorrijschool in Heerlen.

Rijbewijs A1

Het A1 rijbewijs is verkrijgbaar vanaf 18 jaar. Met dit rijbewijs mag je motor maximaal 11 kW zijn op een reguliere motor. Een motor met drie wielen (trike) mag wel 15 kW in huis hebben.

Rijbewijs A2

Wanneer je al 2 jaar in het bezit bent van je A1, en je bent minimaal 20 jaar, dan mag je opgaan voor je A2 rijbewijs. Hiermee krijg je toegang tot motoren die tot maximaal 35 kW hebben. Als je 20 of ouder bent kan dit ook gewoon je eerste rijbewijs zijn. De 35 kW motoren zijn veelal sportieve motoren.

A onbeperkt

Net zoals dat wanneer je 20 bent en je dan pas opgaat voor je motorrijbewijs, kun je vanaf je 24e ook meteen een onbeperkt rijbewijs krijgen.

Net zoals bij een autorijbewijs (B) bestaat ook het motorrijden uit een theorie gedeelte en een praktijkgedeelte. In de praktijk moet je twee soorten examens doen. Voertuigbeheersing (AVB) en Verkeersdeelneming (AVD). Ben je al in het bezit van een rijbewijs B, dan heb je wel een voordeel als je voor je A op wilt gaan. Je hoeft dan namelijk niet perse je theorie al gehaald te hebben voor je jouw AVB examen kunt gaan doen. Heb je geen rijbewijs B, dan is eerst je theorie verplicht.

Categorieën
Vervoer

Definitie van bijzondere verrichtingen voor je rijbewijs

Lekker! Je bent begonnen of gaat beginnen aan je rijbewijs. Je hebt je al ingeschreven bij je lokale rijschool zoals de rijschool in Oosterhout en bent helemaal klaar voor, maar hebt wel nog wat vragen. Zo ook de vraag over de bijzondere verrichtingen. Welke zijn er en wat wordt er van je verwacht?

De definitie van bijzondere verrichtingen

Heel bijzonder zijn de verrichtingen niet. Je hoeft niet in The Fast &the Furious te acteren en met je handrem 180 graden te kunnen slippen. Bijzondere verrichtingen gebruik je eigenlijk vrijwel elke rit wel een keer op het moment dat je zelfstandig met je auto gaat rijden. De stopopdracht zat voorheen ook bij de reeks bijzondere verrichtingen, maar nu niet meer. Hierbij moest je snel aan de kant kunnen met je auto, kort stilstaan, en dan weer verder rijden. In de praktijk zou je dit doen in een smalle straat met een brede tegenligger die jou tegemoet komt. Hou er rekening mee dat bij elke bijzondere verrichting je geen blokkade mag zijn voor het overige verkeerd. Verleen dus iedereen voorrang wanneer er iemand richting jou komt.

Welke zijn er wel nog dan?

De volgende bijzondere verrichtingen zijn er wel nog en je vind er meteen een korte beschrijving bij die samenvat wat je ervan kunt verwachten:

In een rechte lijn achteruit rijden. Dit is de verrichting die de stopopdracht heeft vervangen. Kijk goed naar het verkeer achter jou, en hou je omgeving in de gaten. Hierna moet je zo’n 20 meter achteruit rijden in een rechte lijn en de auto daarna netjes laten stoppen (om vervolgens weer vooruit te rijden).

Achteruit rijden in een bocht. Mocht je na een bocht in een straat een blokkade tegenkomen, moet je soms achteruit weer de bocht in om vervolgens de andere kant op te kunnen rijden. Hierbij moet je ook je omgeving goed in de gaten kunnen houden en in een nette bocht de controle over de auto laten zien.

Omkeren door een halve draai. Met een halve draai omkeren doe je vooral als er genoeg ruimte is. Denk hierbij aan (lege) kruispunten en parkeerplekken. Het is de makkelijkste verrichting omdat je enkel een halve cirkel hoeft te draaien om de andere kant op te kunnen rijden.

Omkeren door te steken. De laatste omkeer optie voor als de andere opties zoals achteruit rijden niet beschikbaar of te gevaarlijk zijn. Je wint ruimte door de auto op en neer te bewegen en zo in meerdere “steken” naar voor en achter telkens stukjes om te keren.

Parkeren in een haaks of schuin vak. Parkeren is iets dat veel mensen moeilijk vinden, vooral omdat het vaak gebeurd met weinig spelingsruimte. Hou je daarom aan de opgestelde methodes zoals dat je de auto twee vakken voor je gewenste parkeervak stopt, en draai op het juiste moment in. Je zult merken dat als je dit doet, je haaks parkeren eigenlijk nooit fout kunt doen. Parkeren in schuine vakken mag alleen maar vanaf de juiste rijrichting, omdat er anders niet genoeg ruimte is om te draaien (je moet vanuit de verkeerde richting meer dan een hoek van 90 graden draaien namelijk.)

Fileparkeren. De meeste gevreesde parkeervorm. Wanneer je mensen hoort zeggen “Ik kan alleen maar vooruit parkeren” bedoelen ze vaak dat ze niet goed kunnen fileparkeren. Dat komt omdat fileparkeren vooral achteruit gebeurd, omdat je achteruit minder plaats nodig hebt. Ook hierbij heb je een set regels zoals dat je verder moet draaien wanneer je spiegel gelijk staat met de bumper van de auto waar je achter wilt komen te staan. Vraag je instructeur hiernaar!

De hellingproef. De hellingproef is eigenlijk erg makkelijk, geen zorgen. Wat er van je verwacht wordt is dat de auto vloeiend tot stilstand kan komen en weer kan vertrekken. Dit doe je door de koppeling en de handrem af te wisselen. Zo kun je op een helling bij een stoplicht bijvoorbeeld voorkomen dat de auto naar achteren gaat rollen.